les 1 
1. Observatie van je gedachten, herkennen waar je bent.

Als je iets wilt veranderen aan je leven zoals het nu is, welke verandering dan ook, is het goed om te beginnen waar je bent, blijven waar je bent en eindigen waar je bent.
Wat dat betekent?
Dat je je niet hoeft te verliezen in een veranderingsproces.
Waar je nu bent is namelijk altijd precies goed.

(Dit wil niet zeggen dat het altijd aangenaam voelt of dat je niets mag of kan veranderen.)

Beginnen waar je bent. Dit lijkt zo logisch. Maar in werkelijkheid staan we hier vaak niet bij stil. Vaak lopen we op de zaken vooruit. Zodra we een doel voor ogen hebben komen we in beweging. De rust van het ‘zijn’ laten we dan vaak achter ons, we gaan helemaal op in het ‘doen’.

Beginnen waar je bent houdt in dat je weet waar je bent. Soms ben je ‘in gedachten’ en doet het lichaam met je gedachten mee. Al voel je je lichaam soms niet zo bewust als je in gedachten bent, de stress of andere gevoelens zijn al in het lichaam omdat dit de gedachten reflecteert. Bij veel mensen gebeurt dit ’s morgens bij het wakker worden. De voorgeprogrammeerde geest (mind) gaat als het ware ‘aan’ en de gedachten stromen binnen. Deze gedachten kunnen veel verschillende dingen zeggen, hier zijn een paar veelvoorkomende voorbeelden:

“Wat zal ik aandoen?” “Ik ben nog zo moe.”
“Wat moet ik op mijn werk allemaal doen vandaag?”
“Ik hoop dat alles goed gaat.” “Koffie!”
“Ik heb het zo zwaar.” “Kan ik nog even blijven liggen?”
“Ik wil nog niet opstaan!” “Waar heb ik zin in?”
“Ik zal wel weer iets verkeerd doen.” enzovoorts…

En deze gedachten zijn nog maar de eerste. Snel worden het er meer en lopen ze door elkaar. Meerdere doelen, dialogen, bijvoorbeeld: “Ik wil niet.” vs. “Ik/Je moet.”)
Vervolgens gaan we er naar handelen, met allerlei gedachten, de doelen en dialogen in ons hoofd. En met oordelen, plannen, herinneringen en fantasieën erbij.
We trekken de bedachte kleren aan (of bedenken ons nog een paar keer) en denken al na over de rest van de dag.
Tussendoor vinden we overal wat van. Bijvoorbeeld: “ Ik ben te dik.” (wat ken leiden tot vervolg gedachten als: “Ik moet op dieet. Het vorige dieet lukte niet, ik ben een mislukkeling. Hoe zou mijn leven eruit zien als ik slanker/gespierder was?”), “Die broek is aan vervanging toe.” (“Ik moet winkelen, Ik houd niet/wel van winkelen. Ik heb geen tijd om te winkelen.”), “Ik moet niet vergeten het koffiezetapparaat uit te zetten als ik zo wegga.”

Deze stroom van gedachten zorgt voor veel beweging in ons systeem. Het kost energie en we worden er (bijna) volledig door in beslag genomen.
Als je helemaal opgaat in je gedachten (geïdentificeert bent met je geest/ mind) kun je soms merken dat je met zo’n sterke aandacht aan je werk (of iets anders) denkt dat je lichaam dit reflecteert. Je voelt je dus lichamelijk al alsof je op je werk bent en de sfeer en geluiden van de ochtend in je kamer en buiten dringen niet of nauwelijks tot je door. Om te weten waar je bent is daarom ook het handig om je te realiseren waar je niet bent, maar wel aan denkt,waardoor je dénkt dat je er bent. Daardoor ben je niet helemaal aanwezig in het hier en nu en is het moeilijk zo niet onmogelijk om ervan te genieten.

Opdracht 1:
Let de komende twee weken ’s morgens bij het wakker worden op het moment dat je gedachten ‘aan’ gaan. Misschien merk je dat je er al bent vóór er een gedachte opkomt.

lovesenergy home
inspiratie - online training